Statut juridique

,

ID [nl]

Urban : 172

Soort

De belangrijkste groene zone in Schaarbeek dankt haar ontstaan aan de wil van Leopold II om de verkaveling van een belangrijke eigendom te beletten. Rond 1898 wilde de eigenares van het Josaphat-domein dit verkavelen tot opbrengstgronden. Er bestonden eveneens ontwerpen om deze wijk cm te vormen en ook het tracé van de ringlaan maakte een bedreiging uit. Leopold II moedigt de gemeente aan om het goed te onteigenen. Het College van Schepenen en Burgemeester gaat daar uiteindelijk in 1904 op in. Om het groene uitzicht te bewaren dat men vanop de hoogten heeft, laat ingenieur Victor Besme het plan samengaan met erfdienstbaarheden die elke bebouwing aan de randen van het park verbieden.

De verplichting van de gemeente om het park eeuwig te behouden en te onderhouden, wordt bevestigd door een overeenkomst die de Belgische staat en de gemeente op 4 april 1907 sluiten voor het aanleggen van de ringlaan. Schaarbeek zal zich trouwens hard inzetten om zijn openbaar wandelpark te verfraaien en verdrievoudigt door middel van diverse aankopen de oorspronkelijke oppervlakte. Daardoor bedraagt de oppervlakte nu 20 ha. Het Josaphatpark, aangelegd door de tuinarchitect Edmond Galoppin, bijgestaan door ingenieur Louis Bertrand, werd in juni 1904 ingehuldigd De Josaphatvallei zou zijn naam in 1574 gekregen hebben toen een pelgrim bij zijn terugkeer uit het Heilige Land een zekere gelijkenis meende te herkennen met de Tuin der Olijven. Het park biedt geen eenvormig uitzicht. Het wordt door verscheidene wegen en een spoorlijn doorsneden en omvat drie zones. In het noorden, tussen de Lambertmontlaan, de Louis Bertrandlaan en de Algemeen Stemrechtlaan is de ruimte vooral gewijd aan sport en spel. Wat zuidelijker vindt men het meest populaire deel van het park met het grote grasperk voor het boogschieten. Het centrale gedeelte is ontegensprekelijk het meest schilderachtige deel van het park gebleven. Het is heuvelachtig en aangelegd als Engelse openbare wandelplaats. De derde zone wordt gevormd door drie vijvers. De laatste vijver geeft uit op een schilderachtige rotspartij waar een beekje als waterval stroomt. Het park wilde naar de encyclopedische geest van de XIXde eeuw eveneens een planten- en een dierentuin zijn. Plantentuin is het gebleven dankzij enerzijds het grote aantal boomsoorten (linden, beuken, esdorens, eiken, iepen, berken, platanen, magno¬lias, catalpas, zwarte dennen, olmen, kastenjebomen, kanadabomen...) en anderzijds door de aanwezigheid van zeldzame soorten zoals de kale cypres of de tulpeboom uit Virginia. Een grote plataan staat bekend als een van de meest opmerkelijke bomen van België.

En dieren tuin is het ook gebleven aangezien het park een zeer groot aantal erfdieren bezit (ganzen, pauwen, eenden, waterhoenders, parelhoenders...) evenals een duiventil. Tussen de beeldhouwwerken die de bochtige paden sieren, staan een aantal vermeldenswaardige werken : de bustes van de dichter Émile Verhaeren, de komponist Henri Wetz, de dramaturg Nestor Dentière en de schilder Léon Frédéric en enkele zeer mooie bronzen beelden als de « Snoeier », « Boreas », « Assepoester » of de Fontein der Liefde » met haar bron.

Bekijk alle bomen en objecten van deze site (68)Het besluit openen